Maleisie en het begin van het einde...
Op 24 oktober kwam ik aan in Kuala Lumpur, na een vlucht van slechts anderhalf uur vanuit Thailand. Het was prachtig weer maar ik had gehoord dat het regenseizoen was. En jawel, zodra ik na een busrit van een uur in het centrum van KL aankwam, begon het met bakken te regenen. Ik besloot een hostel te zoeken in Chinatown omdat je daar de goedkoopste hostels kunt vinden, zo had ik vernomen. Ik nam de skyrail naar Chinatown en toen ik daar aankwam begon het pas echt te regenen. Ik geloof dat ik daar wel een uur heb staan wachten tot de regen over zou gaan, maar hier was nog geen sprake van. Wat wel grappig is, is dat alle Maleisiers ook gewoon stoppen en gaan schuilen. Ook al zijn ze onderweg naar school bijvoorbeeld, ze wachten gewoon tot de regen over is. Na een tijdje ging het wat zachter regenen en ik besloot het erop te wagen en ging op zoek naar een hostel. En natuurlijk bleek toen dat er enkele hostels recht naast het station waren, waardoor het een kwestie was van een straat oversteken en ik had een hostel gevonden. Fijn zeg, die regen.
KL heeft mij positief verrast moet ik zeggen. Het is een grote stad en alle grote steden lijken eigenlijk altijd een beetje op elkaar: grote kantoren, wolkenkrabber en veel verkeer. KL was wat mij betreft een stuk rustiger, veel groen door de stad, niet zo heel veel verkeer en verschillende mooie gebouwen. Waarschijnlijk komt dit laatste ook doordat KL een smeltkroes van culturen is. Je hebt Chinatown, Little India, er zijn enkele moskee-en en ook sporadisch een kerk. Ook al is KL een grote stad, meer dan een dag of 2/3 hoef je hier eigenlijk niet te besteden want zo heel veel is er ook weer niet te zien. Nadat ik de twin towers (petronas towers) had bezocht en de skyline van de stad had gezien vanuit KL tower, had ik de grootste attracties al gezien. Gelukkig ontmoette ik een Fransman die net was aangekomen in KL maar hier al 6 keer geweest was. Hij wist nog wat leuke dingetjes om te doen, zoals een groot shoppingmall te bezoeken waarin een achtbaan is gebouwd (schijnbaar de grootste van Azie). Is weer eens wat anders. Ook had hij een maat wonen in KL waarvoor hij wat franse wijn had meegebracht en deze moest hij dus afgeven. Zijn vriend (Marcus, een maleisier) haalde ons op en nam ons mee naar een Chinese foodcourt, waar je allerlei gerechten kunt krijgen, zoals soep met vissenkoppen erin, om maar eens wat te noemen. Ik hield t bij een ontzettend lekkere kip met knoflook en groenten. Hierna gingen we nog wat vrienden van Marcus ontmoetten en hj bracht ons naar een flatgebouw wat er niet heel jofel uitzag. Maar goed, het kan er niet allemaal even mooi uitzien. Eenmaal binnen, bleek dat zijn vrienden allemaal muziekanten waren en ze wat aan het spelen waren. Later bleek dat een van hen net uit Engeland was overgevlogen voor een bruiloft. En wat deed hij in Engeland? Hij speelde blijkbaar in de band van een halve finalist van de Engelse The Voice...kan nu even niet op de naam komen hoe die kerel nou precies heet maar goed.
Na KL vloog ik naar Sandakan, om van daar de bus naar Semporna te pakken. Sandakan is een klein stadje aan de zee waar eigenlijk niks te doen is. Het is zeg maar een startpunt voor allerlei activiteiten rondom, zoals jungletochten. Ik besloot echter direct naar Semporna te gaan omdat daar world class scubaduiken te doen is, bij de eilanden genaamd Pula Mabul en Sipadan. En world class was het, tijdens het duiken ging het letterlijk op deze manier: haai...haai....schildpad...haai...schildpad etc. Ongelofelijk hoe het er daar wemelde van het zeeleven. Vandaar dat het ook een beschermt natuurgebied is en ze het aantal duikers wat per dag t water in mag springen beperken tot 125. Ondanks alle maatregelen is het zonde te zien dat het nog steeds vrij smerig is. Overal ligt troep op t strand, voornamelijk plastic flessen. Maar ook tussen het koraal zelf ligt afval, erg zonde. Het lijkt er zelfs of alsof de maleisiers zelf nog niet beseffen dat ze de natuur beschadigen en daarmee hun (toekomstige) bron van inkomsten. Naast duiken was er niks te doen in Semporna, dus nadat ik daar 4 dagen had besteed en 9 duiken verder was, besloot ik door te gaan naar Kota Kinabalu.
Kota Kinabalu (KK) ligt ook aan zee en is een vrij grote stad. Voor de kust ligt een eilandengroep wat ook beschermt gebied is. 3 eilanden heb ik bezocht met een aantal mensen uit t hostel, waarvan eentje een 41-jarige Sloveen die de helft van het jaar in Vietnam woont en zijn geld verdient met handelen op de beurs. Toch geen verkeerd leven dacht ik zo. De eilanden zijn eenvoudig te bezoeken per boot en zien er erg mooi uit...als je de Chinezen die werkelijk waar met bootladingen tegelijk (letterlijk in dit geval ;) binnenstromen. Op de eilanden zelf is behalve op t strand liggen, snorkelen en een wandelingetje over t eiland maken niet zo heel veel te doen. O, en Chinezen observeren is dan toch ook wel erg leuk. Helemaal als je ze met zwemvesten aan ziet snorkelen omdat het merendeel blijkbaar niet kan zwemmen, ondanks dat er toch een aantal een fullbody wetsuit aanhebben. T spreekwoord 't gras bij de buren is altijd groener' is hier wel van toepassing; wij (westerlingen) houden van een bruin kleurtjes en liggen te bakken op t strand, de Aziaten (om t maar even op een hoop te gooien), willen daarentegen zo wit mogelijk blijven. Ze hebben paraplu's bij die niet voor de regen, maar voor de zon zijn. Ze kopen geen zonnebrand, maar whitening cream.
Een andere attractie in de buurt van KK is Mount Kinabalu, een 4000 meter hoge berg die door veel mensen beklommen wordt. De eerste dag klim je naar je accomodatie op de berg, om de volgende morgen om 3 uur je bed uit te gaan om de zonsopkomst te bewonderen. Nou kwam ik mensen tegen die 5 dagen na de klim nog steeds spierpijn hadden die zeiden dat t idd erg mooi was. Ik heb erover nagedacht om ook deze berg op te lopen, maar aangezien ik na een jaar backpacker nou niet echt in topconditie ben, heb ik deze keer toch maar gepast. O ja, en t feit dat je al gauw 200 euro betaalt om een berg op te mogen lopen en dagen spierpijn te hebben hielp ook niet echt mee. D
e volgende stop was Kuching, waar ik mijn portie wildlife spotting wilde gaan doen. Kuching is een prettig stadje wat dichtbij het Bako nationaal park ligt. Hier kun je apen spotten en nog wat andere beesten als je geluk hebt. Ook was er een orang-utan opvangcentrum waar ze gewonde / zwakke orang-utans opnemen, ze verzorgen en ze dan weer in de natuur vrijlaten. Iedere dag zetten ze op dezelfde plek in de jungle wat fruit klaar voor de apen, zodat ze wat te eten kunnen komen halen als ze willen. Aangezien ze dit lang niet elke dag doen, betekent dit dat de apen nog steeds voor zichzelf kunnen zorgen. Ik had wat dat betreft een slechte planning want toen ik ging wat het fruitseizoen net begonnen. De bomen hingen vol met fruit, waardoor de apen genoeg voedsel hebben. Je kunt bij het platform waar ze het voedsel neerzetten, wachten op de apen en hopen dat ze komen. Er is 1 regel: stil zijn. Dat er dan later ook nog 2 klassen basisschool kinderen binnen komen stampen, helpt ook niet echt. Je begrijpt dat ik geen aap heb gezien daar.
Ook heb ik het Cultural Villaga bezocht, waar ze de historie van de verschillende stammen / etnische groepen die van oorsprong in maleisisch borneo voorkomen uitleggen. Ze bouwen bijvoorbeeld de traditionele huizen na en de verschillende ambachten die elke stam als specialiteit had, zoals speren maken etc.
Ik besloot naar het Bako park te gaan en daar 2 dagen te besteden. Aangezien je op t eiland zelf ook kunt overnachten is dit wel zo makkelijk. Je kunt een bus pakken naar de pier, vanwaar je een boot kunt charteren. Een boot kost 49 Ringgit (ongeveer 12 euro), dus als je deze deelt ben je goedkoper uit. Ik kon de heenreis delen met een stel wat ook naar het park zou gaan. Aangezien zij maar voor een dag gingen en je de terugreis vooraf al moet betalen, moest ik voor de terugreis de volle mep betalen. Erg handig systeem.... De faciliteiten in t park waren basic maar prima voor 1 nachtje. De eerste dag heb ik een wandeling gemaakt naar een waterval en het bijbehorende strand. Bleek dat ik t hele strand voor mezelf had; er was in geen velden of wegen iemand te zien, wat toch wel iets magisch heeft. Voelde me bijna alleen op de wereld. Op de terugweg ontmoette ik 2 Britse en een Oostenrijker en gezamelijk kwamen we een troep macaque apen tegen die erg geinteresseert zijn in het voedsel wat we bij ons droegen. Op een gegeven moment besprong een moederaap, met haar baby om haar heen hangend, de rugzak van een van de britse dames omdat de aap een bus Pringles gespot had. Ze zette het op een rennen en wist de aap al snel af te schudden, gelukkig voor haar. Vandaar dat er bij het kamp overal borden staan ' watch out for the naughty monkeys'.
Maar de apen hadden de hoop nog niet opgegeven want toen we later aan een tafeltje wat zaten te drinken en te eten, sprong een aap op onze tafel en greep een zak met crackers die op tafel stond. Deze nam een stukje mee naar een veilig plekje, waarnaar hij de crackers wilde gaan eten. Helaas voor hem kwam er een andere aap aan die blijkbaar dominanter was, want de dief propte snel 2 crackers in z'n mond en nam 2 handenvol mee om vervolgens op zijn achterpoten weg te lopen. Best een grappig gezicht. De andere aap was wat slimmer en nam gewoon de zak mee de boom in en ging daar de resterende inhoud rustig zitten verorberen.
De volgende morgen zag ik net voordat ik wilde beginnen aan mijn wandeling voor die dag een drietal proboscic monkeys tegen, wat apen zijn met een dikke neus en een bolle buik. Blijkbaar worden deze om die reden ook Dutchman of Dutch monkey genoemd, omdat onze voorouders die Indonesie tot een kolonie maakten volgens de indonesiers ook een dikke neus en buik hadden. Hierna besloot ik een wandeling te maken naar een strandje om daar mijn laatste mogelijke dag op t strand door te gaan brengen. Op de weg naar het strand begon het al te druppelen en toen ik nog geen minuut het huisje had bereikt wat naast het strand stond, begon het keihard te regenen. Vervolgens heb ik 2 uur in de shelter zitten wachten tot de regen eindelijk stopte, waarnaar ik nog even op het strand kon liggen. Hierna ging ik terug naar Kuching om de volgende dag naar Singapore te vliegen waar ik ten tijde van het schrijven van dit stukje ben. Maar die avond bleek er een heuse Nederlandse enclave in het hostel in Kuching te zijn neergestreken, dus die avond heb ik onder het genot van een paar biertjes mijn Nederlands weer even terug op peil gekregen. Want het slijt toch wel wat als je een jaar lang bijna non-stop Engels praat.
Waarschijnlijk struin ik vandaag Singapore nog even door om vanaaf om 11.55 mijn vlucht naar London en uiteindelijk Amsterdam te pakken. Van mij mag de vlucht liever nu dan vanavond vertrekken want het is nu toch gewoon wachten om naar het vliegveld te gaan. Maandagmorgen landt ik rond 10.45 op Schiphol waar ik na een jaartje weer de Nederlandse kou mag inhaleren en dan toch weer een frikadelletje kan bestellen :). Voor nu zit de reis er bijna op. Aan de ene kant erg jammer omdat ik zoveel toffe dingen heb gedaan en veel leuke mensen heb ontmoet, maar aan de andere kant is het ook wel even lekker om weer naar Nl te gaan en mijn familie en vrienden weer te zien natuurlijk :).
Voor nu de groeten en tot snel!
Scubadiving, eilandhoppen en een frikadelletje!
Doordat ik nog wat langer in Thailand wilde blijven, besloot ik een visarun naar Myanmar te doen. Dit leverde mij 15 extra dagen in Thailand op. De visarun was vrij eenvoudig; een busje pikt je op en brengt je naar het punt waar de ferry van Thailand naar Myanmar gaat. Je krijgt een stempel bij de doaune die zegt dat je Thailand verlaten hebt, je steekt met de ferry de rivier tussen thailand en Myanmar over en gaat zo Myanmar binnen. Je krijgt een stempel dat je Myanmar binnen bent gekomen, je hebt lunch en je pakt dezelfde ferry weer terug naar Thailand waar je een stempel krijgt voor 15 dagen Thailand. Easy as.
Ik besloot Phuket te verlaten en naar het in Thailand wereldberoemde Koh Phi Phi te gaan. Dit is een eiland wat puur leeft van het toerisme en je kunt zien dat dit het eiland toch wat schade oplevert. Ondanks dat het eiland nog steeds ontzettend mooi is, zullen ze denk ik toch wat moeten doen aan de vervuiling. Op de ferry naar Phi Phi ontmoette ik Martin, een Zweed, met wie ik de volgende 2 weken zou optrekken. Op Phi Phi zelf is zo gek veel niet te doen; je kunt scubaduiken en op t strand liggen en 's avonds, de reden waarom zoveel mensen naar Phi Phi gaan, kun je feesten op t strand. Martin en ik besloten een duiktrip te doen die erg goed was, het water was zo'n 29 graden en daardoor erg prettig. En tussen de duiken in namen we een kijkje bij Maya Bay, waar de film The Beach is opgenomen. Ook dit is een grote publiekstrekker want iedereen wil natuurlijk het strand zien waar onze grote vriend Leo Dicapro een jointje opstak en tussendoor ook een haai wist te vermoorden. Als er 1 voorbeeld is hoe toerisme een plek een stuk onaangenamer kunnen maken dan is dit Maya bay. Toen we de hoek omkwamen, bleken er 'slechts' 15 boten in het water te liggen die allen toeristen op het strand hadden afgezet. Ik denk dat er toch wel 200 mensen op t strand stonden, van wie het merendeel Chinees is heb ik me laten vertellen. En er kwamen nog steeds boten bij. En dit is het laagseizoen, in het hoogseizoen (eind November tot +/- Februari) schijnt het aantal toeristen hier te verdubbelen. Desondanks was de dag een groot succes.
De volgende dag besloten we het uitkijkpunt op Phi Phi op te zoeken. Na een gezondie portie trappen kwamen we bij het viewpoint aan en het uitzicht was skon. We besloten verder te lopen naar een van de meer afgeschermde baaien aan de oostkust van het eiland. Na een wandeling door de bossen op teenslippers (niet aan te raden) bereikten we een prachtige baai waar natuurlijk een resort gebouwd was. Desondanks was het strand erg mooi en rustig. We besloten te gaan snorkelen. Vooraf waarschuwde ik Martin nog om geen dingen aan te raken want je weer nooit wat het doet bij een mens. En jawel, nog geen 10 minuten in het water stapt-ie in een zee-egel. We wisten niet zeker of deze giftig was of niet, ik wist alleen dat het wel pijn kon gaan doen. Normaal gesproken spoel je het af met azijn, maar de Thaise medewerkers van een bar op t strand hadden iets anders: limoen. Ze knepen een limoen of 2 uit over de plaats waar Martin geraakt was, en drukten als het wate het sap in de huid met een leeg colaflesje. Dit bleek te helpen want al gauw voelde Martin niets meer van de stukjes naald die de zee-egel in zijn hak had achter gelaten. Voor zover ik weet zitten die er nu nog steeds in. Hierna hebben we de rest van de dag gerelaxed en 's avonds natuurlijk een biertje gedronken.
We besloten Phi Phi na 3 dagen te verruilen voor Koh Lanta. Lanta is een eiland wat dicht bij het vasteland ligt en een stuk rustiger is dan Phi Phi. Waarom weet ik niet want het eiland heeft weliswaar niet zo'n mooie stranden als Phi Phi maar heeft wel veel meer te bieden, zoals grotten, onzettend goede duikspots en een relaxte atmosfeer. Het eiland was uitstekend te verkennen per scooter dus besloten we deze maar te huren. Bij het scooter verhuurbedrijf kwamen we een Duitser tegen die in Canada bij de olievelden werkt en hier een maandje vakantie had om helemaal uit zijn dak te gaan zonder iets te geven over het geld wat hij uitgeeft. Dit resulteerde in een paar mooie avonden, aangezien deze man (nouja man, hij was 21) zich niet schaamt en tegen alles en iedereen aanzevert.
Verder besloot Martin zijn Open Water duikcertificaat te halen en besloot ik verder te gaan naar Advanced diver. Je kunt wel zeggen dat ik er verslaafd aan begin te raken. Ook al zal dit in NL lastig worden aangezien het water veel te koud is en er weinig te zien valt in de Noordzee, zeker vergeleken met wat je hier kunt zien. Ook hebben we een grot op het eiland verkent, wat erg tof was. Het was vrij glibberig omdat het geregend had maar dat maakte het wel wat meer uitdagend. Zeker toen aan het einde bleek dat we op handen en knie-en door een krap gat uit de grot moeten kruipen.
Ook hebben we wat op het strand liggen relaxen en ik heb zelfs een poging gewaagd om op het strand te gaan hardlopen. Jaja, en dat na ongeveer 11 maanden op reguliere basis weinig inspannende dingen doen. Maar goed het is een begin, en de traditie wordt wel in st(r)and gehouden zodra ik op een plek was/ben waar een strand is. Aangezien ik geen loopschoenen heb zijn er weinig andere manieren om beweging te krijgen als backpacker.
Na ongeveer een week op Koh Lanta te zijn geweest besloot ik naar Krabi te gaan, wat de eerste (grote) stad is op t vasteland vanuit Lanta. Martin kwam 2 dagen later ook die kant op aangezien hij nog met zijn duikcursus bezig was. Ik besloot naar Ao Nang beach te gaan, op aanraden van mijn duikinstructeur op Lanta. Het bleek een mooi strandstadje te zijn, wat helaas wel vrij toeristisch was. Overal waren er kleine winkeltjes die dezelfde T-shirts, strandhanddoeken en slippers verkochten en je maar wat graag je winkel intrekken. De eerste dag besloot ik ook hier een scooter te huren. Ik reed naar het nabij gelegen nationale park om een kijkje te nemen bij een waterval. Nou was ik vooral de nationale parken in Oz gewend, waar alle looppaden duidelijk zijn aangegeven, de nationale parken in Thailand zijn meer....onaangeraakt, letterlijk. Je moet soms behoorlijk goed rondkijken hoe je nou precies moet lopen. Maar goed, dit kwam allemaal goed en nadat ik de watervallen bekeken had besloot ik ook maar naar het uitkijkpunt te lopen. Dit bleek een eenvoudige maar vrij steile klim te zijn die langer duurt dan ik had ingeschat. Na 40 minuten kwam ik zeiknat van het zweet op de top aan, om daar toch wel 20 minuten even uit te puffen en van het uitzicht te genieten.
Nou moet ik toegeven dat het besef dat ik binnenkort, 11 november, weer naar huis ga steeds concreter wordt. Hiermee ook weer het soort van verlangen naar NL dingen, zoals een frikadelletje speciaal (ja serieus), kroket, bitterballen en al dat spul. En alsof het zo moest zijn vond ik een restaurant in Ao Nang waar je deze snacks kunt krijgen. De eigenaar is een Nederlander die zijn Thaise liefde hier heeft gevonden en zo een Thais/NL restaurant is begonnen. Inmiddels was Martin ook in Ao Nang aangekomen en ik vertelde hem dat we de Nederlandse versie van de Zweedse gehaktballen gingen proeven (de frikadel natuurlijk). Hier was hij wel voor in en wis en warempel ontmoette we een Bredase en 2 Zweden die ons wel willen vergezellen. Zodra we t restaurant binnenkwamen, traden de klanken van Skyradio ons tegemoet. Ik wist letterlijk niet wat ik hoorde. Wat frikadellen, kroketten, bitterballen en biertjes later, viel ons oog op de karaokeset. En toen was het los, Dre Hazes, Guusje Meeuwis en een heel scala aan artiesten kwamen voorbij. Tussendoor kwamen er nog 4 NLers de bar binnen omdat ze de NL muziek hoorde, wat resulteerde in een Nederlandse/Zweedse muziekkeuze. Ik geloof dat zij onze muziek bizar vonden en dat gevoel was ook zeker wederzijds. We besloten de avond voort te zetten in de lokaal populaire bar, waar ik ben ingemaakt in het spel vier-op-een-rij door een Thaise kerel die dit spel volgens mij iedere dag speelt. Al met al een zeer goede avond.
De volgende dag was het tijd om naar Phuket te gaan om de dag erop mijn vlucht naar Kuala Lumpur te halen. Nou was ik al eerder in Phuket geweest, dus had ik niet zo gek veel te doen. Toen bleek dat die dag het de laatste dag was van het Vegatarische festival, wat al voor zo'n 10 dagen aan de gang was. Vuurwerk werd werkelijk waar overal afgestoken, en de straten waren gevuld met rook. Toch maar even een kijkje genomen waarna ik mijn bedje opzocht. Helaas was hiermee mijn tijd in Thailand ten einde gekomen, voor deze keer dan, want ik zou graag nog een keer terug komen. Thailand is een mooi, relaxed land en bovenal goedkoop voor de doorsnee Westerling. En goedkoop bier, toch niet geheel onbelangrijk ;). Next stop, Kuala Lumpur!
Buckets, tuktuks, tempels en strandhangen
Dat 30 dagen te kort zijn om Thailand te verkennen lijkt mij duidelijk. Vandaar dat ik nog 15 dagen extra wil verkrijgen door een tochtje naar Burma te maken. T weer is (meestal) goed, het landschap is skon en er is veel te zien.
Maar goed, beginnend bij het begin (van het einde?); Bangkok. Op 12 september kwam ik aan in Bangkok. Op het vliegveld was het een drukte van een jewelste en het verkrijgen van het visa vergde een uurtje in de wachtrij staan. Hierna maar een taxi gepakt naar het epicentrum van het knotsgekke toerisme in BKK; Khao san road. Ik deelde de taxi met een Ier die ik in het vliegtuig had ontmoet en we besloten maar meteen een borrel te doen na de uitputtende vlucht... En als er 1 ding de drinkscene in Thailand typeert, zijn het de buckets. Letterlijk emmertjes met vloeistof erin die doorgaans een hoge concentratie alcohol bevat. De eerste ging vrij goed, de 2e ook wel. Maar daarna begon t toch vrij snel te draaien en begon ik maar met t terugvinden van mijn bed. De Ier was ondertussen al huiswaarts gegaan met een 'vriendin' die hij eerder had ontmoet, zo zei hij. Dat ze Thais was en dat ze samen na 5 minuten aan de pool tafel gestaan te hebben, maar meteen vertrokken was op zijn minst merkwaardig voor mij op dat moment. Later kwam ik erachter dat dit vrij normaal is in Thailand.
Maar goed, de volgende morgen toch maar even bangkok gaan verkennen. Tempels bezoeken, karrevracht gouden buddha's bekijken en het knotsgekke verkeer van BKK ontwijken, kost toch wat tijd. Later die dag zou ik Max ontmoeten, waar ik in OZ mee heb gewerkt op de farm. Gelukkig zagen we elkaar dit keer onder een wat meer relaxte atmosfeer. We besloten samen een drankje te doen en na een aantal biertjes hadden we het lumineuze idee om een pingpongshow te bezoeken. Gelukkig hoef je hier niet lang voor te zoeken want binnen een minuut hadden we een tuktukchauffer gevonden die ons wel wilde brengen. Het was toch enigszins verontrustend wat voor een trucjes vervolgens voorbij kwamen. Ik zal de details maar niet prijsgeven.
Na een paar dagen Bangkok besloten Max en ik samen het noorden van thailand te gaan verkennen. We wilden beginnen bij Ayuthaya, wat de oude hoofdstad is en mooie ruines bevat, maar het bleek dat dat gebied overstroomd was door hevige regenval. Ayuthaya ligt ongeveer 100 km ten noorden van bkk, dus ook in bkk kregen we wat regenval. Vandaar dat we besloten om eerst helemaal naar het noorden te gaan, naar Chiang mai. Hier begonnen we met een 3 daagse jungletrekking, afgewisseld met bamboerafting en een ritje op een olifant. Het bamboerafting was eigenlijk gewoon zitten op een bamboevlot, terwijl een thaise kerel stuurt. Niet echt spectaculair dus...en de olifantenrit was leuk, maar eigenlijk wel verontrustend om te zien dat ze grote kettingen om de nek hangen en een soort van kleine pikhouweel gebruiken om de olifant aanwijzingen te geven. Het trekking gedeelte was wel erg vet. Zweten geblazen maar het uitzicht was erg mooi.Er lopen wel paden door de jungle, dus we hoefden geen machette te gebruiken om door de jungle te hakken. Zo Indiana Jones was het ook weer niet. De eerste nacht spendeerden we in een thais dorpje in de bergen, wat dus vrij afgezonderd is. Hier sliepen we in een houten hut op een houten matras eigenlijk, niet heel comfortabel maar na een dag door die jungle wandelen sliep ik toch vrij prima. Niet in de laatste plaats doordat we een gezellige groep hadden die wel een biertje lustte. De tweede avond hadden we een slaapplek direct naast een waterval. We konden zelfs wat vissen en we eindigde met een opbrengst van ongeveer 10 visjes. Deze zou de gids op de bbq gooien, maar uiteindelijk zijn ze gewoon teruggezet. Na de jungletrekking was het weer vroeg dag de volgende dag, want er stond een tripje naar Chiang Rai op het programma. Ook wel the golden triangle genoemd. Burma, Laos en Thailand komen hier samen en hier werd vroeger opium verhandelt. Nu komt dit helaas niet meer voor, wat een kleine teleurstelling was. Ook bezochten we de White Temple, wat een witte tempel is zoals de naam al voorspelt. Het is een tempel die totaal anders is van de traditionele tempels en erg mooi is. Echt een aanrader. Wat volgde was een boottrip naar Laos, waar je speciale whisky kunt kopen. Zoals tijgerpeniswhisky, slangenwhisky en allerlei andere soorten. Ze zeggen dat je per glaasje 5 jaar jonger wordt. Ik persoonlijk vind 23 wel een goeie leeftijd dus sloeg ik het proeven maar over. Hierna nog een bezoekje gebracht aan de langnek mensen stam. Hier is het traditie dat de vrouwen vanaf hun 5e levensjaar gouden ringen om hun nek dragen en dit per jaar opbouwen. Het nut ervan of waar het vandaan komt is niet geheel duidelijk. Helaas leek het meer op een dierentuin doordat ze nogal gewend waren aan toeristen en ze gewoon op je wachtten met souveniers. Ook kun je met ze op de foto, ze poseren zelfs. Dit heb ik maar over geslagen want dat deed me iets teveel denken alsof je met een dier uit de dierentuin op de foto gaat. Maar al met al was de trip wel aardig, met de witte tempel als hoogtepunt.
Hierna hebben we CHiang mai per scooter verkent. De bergen in, snelweg op; we hebben behoorlijk was km's gemaakt. En het lijkt er zelfs op dat het verkeer een soort van georganiseerde chaos is. mensen verwachtten dat scooters links en rechts inhalen en tussen auto's door zigzaggen. Dus dat hebben we maar gedaan en ik heb zelden zoveel lol gehad. NIet in de laatste plaats doordat onze scooters zelfs de 115 km/u aantikten...Maar gelukkig geen ongelukken gehad dus het was allemaal goed. Ook kwam ik Marloes tegen (voor degene die haar niet kennen; we wonen in dezelfde wijk in Nuenen), hoezo kleine wereld? Hoe vaak kom je iemand tegen die je van thuis kent, aan de andere kant van de wereld? Dus dat was reden voor een drankje.Delaatste dagheb ik een Thaise kookcursus gedaan. Een groene curry, kip in kokosmelk soep, Pad Thai en sticky rice met mango was de opbrengst en het smaakte fantastisch, al zeg ik t zelf.Dus dat kan ik mooi weer proberen te reproduceren als ik thuis ben :).
Na Chiang mai besloten we dan toch naar Ayuthaya te gaan omdat het niet meer overstroomd was. We namen de nachtbus en ons wachtte een 9 uur durende rit. Wat niet eens zoveel is omdat ik niet gewend ben aan Australie waar alles ver van elkaar ligt. We kwamen om 4 uur in de ochtend aan en voorbereidt als dat we waren hadden we natuurlijk geen hostel geboekt. Na een taxiritje kwamen we aan in de hoofdstraat waar de meeste guesthouses en hotels zitten en natuurlijk was alles dicht. Gelukkig vonden we een guesthouse waar ze een aantal banken hadden staan, dus zijn we daar maar gaan zitten tot we konden inchecken. Blijkbaar is er in Ayuthaya naast de ruines (die allemaal in het centrum liggen) en de floating markets niet veel te zien. We besloten een fiets te huren en maar 1 nacht daar te blijven. de ruines zijn erg mooi, helaas was degene die er het veelbelovendste uitzag, gesloten omdat er nog teveel wateroverlast was. Ook de floating markets zijn een bezoekje waard, maar maar het was niet zoals op de foto's. Geen kleine bootjes met handleswaar erin. Maar gewoon grote houten huizen gebouwd op het water waar je van alles kunt kopen.
De volgende morgen namen we een minibus naar Kanchanaburi, waar veel herinneringen aan de 2e wereldoorlog te vinden zijn. Zo is er een brug over de rivier die gebouwd is door de POW's (Prisoners of war) in opdracht van Japan meen ik. We besloten het museum maar te skippen en het een en online op te zoeken wat er nou precies hier gebeurt was. De volgende morgen wilden we naar het Erawan nationale park gaan, waar je watervallen en grotten kunt zien. Maar deze morgen overkwam mij de nachtmerrie waar 'je normaal wel over hoort, maar dit zal jou toch niet gebeuren'...mijn creditcard was gestolen en de beste dader is lekker gaan shoppen in bkk. godzijdank had ik een limiet op mijn creditcard staan dus ik heb nog wel wat over, maar ondertussen was ik wel 1100 euro en wat wisselgeld armer. De dief heeft een vroege Kerstmis denk ik zo. De rest van de dag was het bellen naar de bank om mijn kaart te blokkeren, en naar de lokale politie gaan om aangifte te doen. Nogal een domper tussendoor maar goed, ik kan er nu verder toch niks aan doen. Behalve door te genieten van de rest van me trip en verder niets meer te verliezen.
Na Kanchanaburi was het weer terug naar bkk, om daar een avondje stappen in bkk te beleven, op uitnodiging van Marloes. We konden in haar flatje crashen dus dat was natuurlijk helemaal toppie. De volgende dagen bestonden uit een mix van chillen, chinatown verkennen, biertje drinken, uitkateren en weer overnieuw beginnen. Clubbing kennen ze wel in bkk en je vindt er ook genoeg dames die maar wat graag met je naar huis willen, tegen betaling uiteraard. Op mijn laatste dag in bkk, na een avondje goed stappen, besloten we een ontbijtje bij macD te doen. Je hoort altijd dat je vroeg of laat ziek wordt van het Thaise eten, het water/ijs of iets dergelijks. In mijn geval was het de Thaise macD waar mijn spijsvertering geen vrede mee kon maken. Niet echt ideaal aangezien ik later die dag de nachttrein pakte naar Koh Tao (waar ik op het moment van schrijven ben). Gelukkig was het allemaal goed uitgevallen. Om 4 uur 's ochtends kwamen we aan in Chumpton, waar ik van de trein af moest. Nu was het wachten op de bus die me naar de pier zou brengen, om daar de ferry te pakken naar het eiland Koh Tao. Koh Tao is een schitterend eiland met mooie stranden, helderblauwe zee en een relaxte vibe. De afgelopen dagen heb ik gedoken, scootertje gehuurd en het eiland verkent en bovenal gerelaxed aan het strand waar ik (geloof t of niet) echt even aan toe was. Vandaag ook nog mijn 1e Thai massage gehad (ja die ene zonder happy ending, dankuwel) wat een groot succes was. Ik wist zelf niet dat ik zo flexibel was. Je hoort altijd verhalen dat een Thai massage eigenlijk betekent dat een Thais vrouwtje op je rug gaan staan springen; het scheelt niet veel kan ik zeggen. De massage zelf is niet heel comfortabel, maar erna voelde ik me wel kiplekker :). Gisteravond ook lekker Engels voetbal gekeken met wat mensen uit mijn hostel, dus ik ben zeer tevreden op t moment. Wat toch wel noemenswaardig is: ik geloof dat ik gister voor de eerste keer sinds ik NL 11 maanden geleden verliet weer gekookte aardappels gekeken, deze zaten in mijn Massaman curry die erg goed smaakte. Tis maar dat je t weet...
Vanavond pak ik de boot/bus naar Phuket. Hier ga ik even rondkijken en ook een visarun doen naar Burma, om zo nog 15 extra dagen in Thailand te verkrijgen, zodat ik het gebied rondom Phuket ook kan verkennen voordat ik naar Maleisie en uiteindelijk Singapore ga.
Zo, mijn excuses voor de lap tekst maar ter verdediging: hij had dubbel zo lang kunnen zijn. Ik heb zoveel gedaan de afgelopen 3 weken dat mijn hoofd bijna overliep.
Groeten!
Off to Thailand!
Zoo, nog een laatste dag in Sydney enmorgen (de 12e)om 12.15 op weg naar Bangkok! Ja, zo worden de reisverslagen ineens rap aaneen gereigd.
Maar laat ik beginnen waar ik het vorige reisverslag ben ge-eindigd: Cairns. Ik besloot weer terug te gaan naar Cairns om een aantal mensenweer te ziendie ik in Ayr tijdens mijn tijd als auberginepplukker heb ontmoet. Daarnaast wilde ik mijn vlucht naar Thailand (die origineel op 10 oktober stond), graag naar voren halen omdat ik eigenlijk wel toe ben aan een andere cultuur, andere landen en niet in de laatste plaats aan een goedkoper leven. Want het leven als backpacker is extreem goed, maar gru-we-lijk duur in Oz. Voor een 6pack biertjes tik je hier al snel 15 dollar af (12/13 eurotjes). Vrij veel, aangezien het toch een van de basisbehoeften is... Ik wilde graag ook naar west-australie toe maar aangezien ik in november in NL terug moet zijn i.v.m. mijn ticket, was het wel kort dag om de hele westkust te doen (en wederomhet financiele aspect speelde ook een rol uiteraard). Vandaar dus de keuze voor Thailand, om daar mijn laatste 2 maanden door te brengen. Ik vlieg vanuit Singapore terug, dus daar zal ik ook wat tijd spenderen en wellicht hop ik ook even de grens over naar Cambodja.
Terug naar Cairns: Een van de mensen die ik daar weerontmoette was Camilla; een Engelse met wie ik het erg goed kon vinden. We wilden beide graag wat gaan duiken in Cairns (Great Barrier Reef) en we wilden ook naar het Daintree regenwoud gaan, wat ten noorden van Cairns ligt. Nadat we een paar dagen gechilld hadden in Cairns, vonden we een goede deal. Een 2 daagse boottocht naar het GBR, 6 duiken (waaronder een nachtduik, jeej :D) voor 'slechts' 320 dollar. En ja dat is goedkoop in Oz. Bijkomend effect is dat de boot niet al te nieuw is, en de crew toch wat onervaren is. In totaal waren er 12 passagiers aan boord, plus 4 crewleden en die zorgde voor een tot de nok toe gevulde boot. De boot, genaamdRumrunner,was vrij klein wat een nogal ruwe tocht naar het rif opleverde; van de 12 passagiers hingen er 6 regelmatig over de reling de vissen te voeren. Desallniettemin was de trip erg goed, de duiken waren prima, en de sfeer was goed. Minpuntje was de kapitein, die niet altijd even content was met zijn crew en dit maar wat graag liet horen. MEt als gevolg dat de crew hun onvrede ook liet horen tegenover ons. Deze trip was niet zo goed als de trip waar ik mijn PADI heb gehaald, maar je krijgt wat je betaald en het was nog steeds erg tof.
Hierna besloten Camilla en ik een campervan te huren voor een week, om zo een kleine roadtrip te maken. Deze campervan was uitgerust met een kleine keuken, gootsteen, een kleine tv, ventilatoren natuurlijk een bed. Eerst stop was Kuranda, een klein dorpje waar ze een Skyrail hebben gebouwd om zo het regenwoud van boven te kunnen bewonderen. Aangezien een trip hierin exorbitant duur was (ik geloof 150 dollar) besloten we deze over te slaan. In plaats daarvan gingen we naar the Australian Venom zoo. Wat eigenlijk een kleine collectie slangen, spinnen en schorpioenen was. Maar goed, er waren veelbeesten te zien en we konden ook een slang en een aantal hagedissen vasthouden. We besloten een plekje te zoeken om de nacht te spenderen, en vonden een kleine parkeerplaats direct tegen een strandje aan. Voordeel van een camper is dat je overal kunt gaan staan en niet hoeft te betalen voor een kampeerplek. De volgende morgen reden we door naar het Daintree regenwoud. Om hier te komen moest je een rivier met een ferry oversteken. Deze rivier, zo hoorde we later, zit ramvol met krokodillen wat voor de nodige ongelukken kan zorgen. Meer hierover later in het verslag. We besloten het discovery centre binnen te gaan, wat een wandeling door het regenwoud inhield met uitleg d.m.v. een elektronische gids over de bomen, planten en dieren. Achteraf gezien was het wel aardig, maar wel wat aan de dure kant voor wat je krijgt. Je wordt werkelijk waar volgepompt met informatie in een korte tijd. En helaas zagen we vrij weinig dieren, afgezien van vogels en een enkele vleermuis.Nadat we nog een strandje hadden bezocht, besloten we een kampeerplekje te zoeken. Aangezien het een groot nationaal park is, mocht je niet 'wild' kamperen. Als je dit wel deed kon je een flinke boete krijgen. Daarnaast waren we wel toe aan een douche, en we vonden een leuke camping. Hier hadden ze een omheining met kangoeroes en wallaby's en ook was er een resident krokodil.Daarnaast was er een bonte verzameling papegaaien, kakatoe's en andere vogels. De volgende morgen zou de krokodil gevoerd worden en dit wilden we graag zien, dus werd het vroegopstaan.De krokodil werd voorgesteld als Doris, en was vrij rustig omdatze blijkbaar uit haar wintermodus aan het komen was, wat inhoudt dathaar metabolisme langzaam sneller gaat. Zo eten ze in de winter misschien 150 gram vlees per week, in de zomer is dit al gauwenkele kilotjes. De eigenaar vertelde ons dat hij de krokodil had overgenomen van een kerel uit Adelaide (zuid-Oz, nogal koud) die de kroko niet langer in zijn bezit kon houden omdat deze te groot was om in een kooitje te houden. Dus de huidige eigenaar besloot een mooie omheining te maken voor de croc, met een zwembadje, boompje voor de schaduw en wat grasland. Toen de inspecteur kwam, vertelde deze hem dat hij de top van zijn hek als het ware met een hoek naar binnen moest laten komen, zodat de krokodillen er niet uit kunnen klimmen....De eerste krokodil die over een hek kan klimmen moet volgens hem nog geboren worden maar goed. Hij past dat hek aan en regelt een laatste inspectie. Blijkt dat de volgendeinspecteur een andere persoon is (want de overheid wisselt nogal snel van personeel). En niet zomaar een persoon, het was familie van de wijlen Steve Irwin. Deze vertelde hem dat het er allemaal prima uitzag, maar hij vroeg zich af waarom hij de top van zijn hek naar de binnenkant van de omheining had laten komen. De eigenaar verteld dat de vorige inspecteur hem dit had laten doen, en vroeg de inspecteur of dit nu niet de bedoeling was. Hij kreeg te horen dat het allemaal prima was, maar dat hijer goed aan zou doen zijn omheining weer in de oude staat te herstellen. Want, zo vertelde hij, er komt een tijd dat je razendsnel over het hek wil klimmen om van de crocs weg te komen, en dat wordt lastig als het hek niet gewoon recht omhoog staat...Een ander leuk detail was dat Doris (de croc) vroeger Boris heette, want ze dachten lange tijd dat het een mannetje was, totdat ze opeens eieren begon te leggen...
Ook vertelde de eigenaar dat de rivier waar de ferry door vaart, nogal gevaarlijk is doordat mensen die moeten wachten op de ferry regelmatig aan de waterkant gaan staan. En laat dat nou precies te plek zijn waar de crocs je willen hebben; zo'n 3 meter van het water af. Slechts 2 weken geleden was een jongen die in de buurt woonde, daar aan het lopen met zijn hond. Toen hij zag dat de hond aan de waterkant stond, wilde hij de hond in veiligheid brengen omdat hij van het gevaar wist. Blijkbaar trekken honden snel de aandacht van de krokodillen door het geluid dat ze maken. Ook kunnen crocs trillingen in de grond voelen (bijv. veroorzaakt door een lopend persoon) tot op wel 15 meter afstand. Toen de jongen zijn hond in veiligheid wilden brengen, sloeg een krokodil toe. Deze ging niet voor de hond, maar voor de jongen. En je hebt echt geen schijn van kans tegenover een croc als deze je beet heeft.Dus ik denk dat een aantal waarschuwingsborden op deze specifieke plek geen kwaad kunnen. We besloten de volgende dag een croccruise te doen omdat deze vrij goedkoop was en we zelf wel wilden zien hoe vol deze rivier daadwerkelijk zat met crocs. En hij toch wel behoorlijk vol, we zagen er 6 in een 45 minuten durende cruise. Daarna reden we door naar Mossman Gorge, een rivier met enkele kleine watervallen waarin ook gezwommen kon worden. Uiteraard waagden we het op een duik die iets te verfrissend was naar mijn smaak. En hier ben ik voor het eerst in mijn leven aangevallen door een vis. Toen ik weg wilde zwemmen besloot de vis, die hiervoor een minuut lang naast mij in het water stil hing, mijn enkel even te proeven. Aangezien het een kleine vis was, was de schade oppervlakkig. Gek genoeg had ik 4 soort van schaafwondjes die samen een vierkant vormden. Geen idee hoe de vis dat voor elkaar had gekregen. Nadat we waren opgedroogd, stond een klein ritje op het programma naar het volgende stadje genaamd Yungaburra. We besloten even een kijkje te nemen bij een meer wat heel mooi moest zijn. Dit vonden wij toch een beetje tegenvallen en we besloten in de buurt een campeerplekje te zoeken omdat we de volgende dag een aantal watervallen wilden bezoeken.De watervallen boden een mooi aanzicht, helaas kon er niet bij gezwommen worden wat een kleine tegenvaller was omdat we hadden gehoord dat dit wel kon. We besloten om de hot springs te bezoeken, waar er blijkbaar warm grondwater omhoog komt. Wij dachten, wederom verkeerd geinformeerd, dat je zelf een gat kon graven waar het water dan omhoog komt. In werkelijkheid bleek het een camping te zijn waar ze het grondwater in verschillende zwembaden omhoog lieten komen, wat zorgden voor zwembaden met varierende watertemperaturen. De daadwerkelijke bron bleek boven de grond niet meer dan een klein stroompje te zijn. Wederom een kleine tegenvaller dus. We vervolgden onze weg terug naar de kust, om daar een kijkje te nemen. Een museum wat de historie van suikerriet en de bijkomstige slavenarbeid behandelde trok onze aandacht. Nou moet ik zeggen dat het hele proces van suikerriet me niet echt interesseerde. Mede doordat ik hiervan al genoeg had gehoord tijdens mijn werk als aubergineplukker omdat dezelfde boer (en iedereen in de omgeving) suikerriet op het land groeide. De slavenarbeid was wel erg interessant en enigszins shockerend. Decennia geleden kwamen de bewonders van de eilanden ten noorden van australie (volgens mij frans polinesie, samoa etc.) letterlijk met bootladingen binnen. De schatting is dat er in totaal zo'n 60000 slaven zijnovergescheept. Ze werden met valse verhalen over goede werkomstandigheden en hoge lonen naar Oz gelokt, waar ze op de boerderij woonden en werkten in erbarmelijke omstandigheden. Dikwijls werden ze met wurgcontracten vastgelegd, terwijl ze lang niet altijd het contract konden lezen doordat ze de Engelse taal niet machtig waren. Hierna wilden we wel even op het strand relaxen en we vonden een prettig klein strandje waar het veilig was om te zwemmen. Er waren geen mangrove bossen (waar crocs leven) en het was geen kwallenseizoen. Het water was heerlijk warm, totdat er vanuit het niets een regenbui verscheen. Dit dwong ons om door te rijden, gelukkig voor ons lag er een schijnbaar mooie waterval op de route: de Josephine falls. En deze was zeker de moeite waard. Probleem dit keer was dat het donker aan het worden was dus werderom geen tijd om te zwemmen. We besloten door te rijden naar onze laatste stop: de Babinda Boulders, hier spendeerden we de nacht op een kampeerterrein waar we gratis konden staan. De Babinde Boulders zijn enorme rotsblokken die door het stromende water van de rivier die ertussen loopt, eroseren waardoor zevrij uniek gevormd zijn. Het leek wel alsof de mens ze geschapen had. Eenmaal terug in Cairns kwamen we meer vrienden uit Ayr tegen, wat zorgde voor een 2tal stapavonden. Na een paar dagen was het echter tijd om door te reizen; Camilla ging naar Brisbane en ik ging terug naar Ayr. Dit keer gelukkig niet om te werken, maar om 2 duiken te doen op het scheepswrak, de Ss Yongala. Het scheen een van de mooiste en beste duikplekken ter wereld te zijn en hier is geen woord van gelogen. Het schip is een toevluchtsoord voor de vissen, wat zorgt voor een enorme concentratie van allerlei zeeleven. Koraal heeft het schip overgroeid, wat zorgt voor een uniek gezicht. Het schip schijnt zo'n 100 jaar geleden gezonken te zijn toen het een cycloon tegenkwam. Het is nog verassend intact; je ziet de toiletten en de badkuip nog staan. We konden het wrak niet in, doordat alle passagiers met het schip zijn gezonken, toen ze gezamelijk het binnenkomende water aan het hozen waren. (gelukkig?) geen skeletten gezien, wel een aantal roggen, een haai, grote scholen vissen, zeeslangenentijdens de oppervlakte interval zelfs dolfijnen! En tijdens de 2e duik hoorde we de dolfijnen en ook walvissen communiceren, ontzettend vet! Helaas had ik maar 2 duiken geboekt, mede doordat deze 2 bijna net zoveel kosten als de 2daagse trip die ik in Cairns heb gedaan, maar aan de andere kant ben ik ontzettend blij dat ik het kon doen. Hierna vloog ik vanuit Townsville (waar ik onverwacht 2 mensen tegenkwam die ik uit Ayr ken, kleine wereld is het toch), door naar Sydney. Ik zit nu 2,5 dag in Sydney en ik heb nog 1 dag in Oz te gaan. Vandaar dat ik dit reisverslag nu maar typ, want als ik in Thailand ben zal ik vast wel weer zoveel nieuwe dingen zien dat ik dit anders weer vergeten was. Helaas is er een probleempje opgetreden met de foto's. Normaal gesproken probeer ik toch een respectabel aantal foto's up te loaden, nadat ik ze eerst kleiner maak in bestandsgrootte (want dan uploaden ze sneller). Helaas heeft het programmatje wat ik gebruik om ze kleiner te maken, besloten om kuren te vertonen. Vandaar dat er weinig foto's op mijn site staan. Het duurt mij simpelweg te lang en 4 dollar per uur betalen voor internet is ook geen pretje als het zo langzaam gaat. Dus mocht iemand een programmaatje hiervoor hebben, laat het even weten in de comments!
Nu begin ik toch wel erg enthousiast te worden voor Thailand. Ik heb een Lonely Planet aangeschafd en al wat tips gekregen voor de must-see-must-do spots. Mocht er iemand nog tips hebben, laat horen laat horen!
Groeten!
Into the blue
Het heeft wederom weer even op zich laten wachten maar het nieuwste reisverslag is bij deze een feit!
Ik ga niet al teveel uitwijden over het farmwork wat ik gedaan heb, puur omdat er weinig nieuws gebeurt in het gat genaamd Ayr. Op 21 juli verliet ik dan toch eindelijk 'de gevangenis', zoals veel mede hostelgenoten Ayr noemden. Mede doordat er na 10 uur 's avonds geen geluid gemaakt mocht worden en de hosteleigenaar nogal gestresst leek en maar wat graag de boel wil verkopen.Maar goed, doordat ik veel werkte en weinig op stap ging heb ik er weinig problemen mee gehad. Ik dwaal weer af zie ik, op 21 juli nam ik de bus naar Cairns. Om 12 uur stond ik bij de busstop, keurig op tijd voor de bus die om 12.30 zou moeten komen. Helaas besloot een van de banden zich van de inhoud te ontdoen; een lekke band en 2 uur vertraging was het gevolg. Gelukkig had ik gezelschap van Max(imilian), een Duitser die hetzelfde werk deed als ik (aubergines plukken) en daarmee mijn collega was. We wilden beide ons duikcertificaat halen (PADI), dus we besloten samen naar Cairns te gaan.
Na een dag of 3 te hebben relaxt in Cairns, besloten we rond te vragen of er wat last-minute aanbieding waren. En alsof het zo moest zijn, waren er 2 plaatsen vrij bij Prodive, de organisatie waar wij beide graag een 5 daagse cursus wilden doen. De eerste 2 dagen hiervan bestonden uit theorie en oefenen in het zwembad, voordat we op een 3-daagse en 2 nachten boottrip naar het Great Barrier Reef (GBR) gingen. Het was werkelijk waar supervet, en het duikvirus heeft me sindsdien behoorlijk aangestoken. We hebben 9 duiken gedaan op deze trip (Inmiddels staat mijn totaal op 17) waaronder 1 nachtelijk duik die absoluut fantastisch was, mede doordat we eindelijk een haai konden spotten. Helaas besloot deze snel weg te zwemmen voordat je zelfs maar bang van em kon worden. En helaas heb ik door deze trip ook geleerd dat ook ik zeeziekkanworden. Gelukkig is er niks overboord gegaan, maar het zat op 't randje.(ik zal u de details besparen)
Na Cairns besloot ik het vliegtuig naar Darwin te pakken, en daar een 3-daagstripje te boeken naar het Kakadu national park. Een park met een lange (aboriginal) geschiedenis. Hier waren ook rotstekeningen te vinden die duizenden jaren oud waren. Deze vertelden vrij veel over het leven van de aboriginals. Zo was er een tijd waar en weinig voedsel was, hierin waren de tekeningen algemener. Toen er vervolgens meer vers water beschikbaar was, zorgde dit ervoor dat meer dieren in het gebied kwamen, waardoor er minder tijd in de jacht gestoken hoefde te worden. Gevolg hiervan was dat de tekeningen gedetaileerden waren, kleurrijker en ingewikkelder. Voordat ze op jacht gingen, tekenden ze de dieren die ze wilden vangen om zo dichter bij de ziel van het dier te komen. Als ze deze daadwerkelijk vingen, werd dit eronder getekend. Wat ook grappig was, was het feit dat het contact met de 'witte mens' ook getekend was. In de vorm van een wit figuur met de handen in de zakken en een pijp in de mond. Want zo zagen de 'witte mensen' er in die tijd uit volgens de aboriginals. Verder hebben we veel watervallen gezien in het park, elk met hun eigen geschiedenis.
Ook zijn we kort in het Litchfield national park geweest om de termietheuvels te bekijken. Deze waren tot wel 7 meter hoog, een behoorlijke prestatie. Zeker als je, je bedenkt dat het de termieten ongeveer 10 jaar duurt om 1 meter te bouwen. Ook een krokodillencruise stond op het programma. Deze ging door de rivier met de hoogste concentratie krokodillen in de zuidelijke hemisfeer. In de 2 uur durende cruise zagen we tussen de 25-30 crocs, waaronder een aantal van wel 4/5 meter. Crocskunnen zich met behulp van hun staart uit het water lanceren. Vandaar dat ze in dierentuinen etc. waar ze krokodillen houden, de 'zwembaden'van de crocs slechts een meter diep houden. Stel dat de croc dan besluit zich uit het water te lanceren, dan komt deze 'slechts' tot knie hoogte. Het schijnt dat ze in dieper water zich tot op hoofdhoogte kunnen lanceren. Fijn staaltje Australisch veiligheidsmanagement... De trip was erg geslaagd. Enig minpuntje was dat een van de andere passagiers besloot om haar vlucht naar Melbourne te plannen een uur na de geplande terugkomst. Maar met een trip als deze kun je natuurlijk nooit precies weten hoe lang het gaat duren. Gevolg hiervan was dat iedereen moest haasten zodat mevrouw haar vlucht kon halen. U begrijpt dat niet iedereen hier vrede mee had, en de gids al helemaal niet aangezien hij iedereen constant een beetje op de hielen moest zitten. Gelukkig voor haar waren we op tijd terugvoor de vlucht.
De volgende dag was het alweer 7 augustus, de datum waarop ondergetekende alweer 23 jaartjes mocht aftikken. Gelukkig zat de feeststemming in het hostel er al behoorlijk in. Altijd fijn als je een bar hebt op het dak van je hostel. Een aantal mede-backpackers en ik besloten een drankje te doen, toen er een groepsfoto gemaakt moest worden van iedereen in de bar. Toen iemand de partyplanner (je weet wel, zo'n kerel die constant iedereen in de feeststemming probeert te krijgen en nogal aandachtgeil is) vertelde dat het mijn verjaardag was, kon zijn dag niet meer stuk. Gevolg was dat iedere bargast happy birthday zong voor mij en ik een stuk chocoladecake kreeg aangeboden die een aparte vorm had (wederom zal ik de details censureren). Tel hierbij een paar gratis drankjes op en je begrijpt dat de avond een succes was.
Na Darwin besloot ik op weg te gaan naar Alice Springs. Dit door middel van een 2daagse busrit, waarbij er onderweg tijd was om te stoppen bij een aandacht bezienswaardigheden. Zoals een heetwaterbron, een kroeg letterlijk in the middel of nowhere (stadje met inwonersaantal van...houdt u zich vast?...9). U begrijpt dat de lokale kroeg het middelpunt van het stadje was. Leuk detail was een oude russische (geloof ik) helikopter op het dak van de souvenirwinkel. Ook stopten we bij de UFO hoofdstad van Oz, en The Devils Marbles. Wat grote rotsen zijn in de vorm van knikkers eigenlijk. T klinkt vrij saai maar het was vrij uniek te zien.
Eenmaal in Alice Springs aangekomen was het bedtijd om de volgende morgen vroeg op te staan voor The Rock Tour. Waarin The Rock staat voor Uluru (Ayers Rock), de grote rode rots in het midden van Oz. Ook dit was een 3 daagse tour. We begonnen met de rit naar Uluru, om de zonsondergang te kunnen zien en een wandeling rondom te basis te maken. . De wandeling rondom Uluru was ongeveer 10 km. in totaal. Een behoorlijk eindjemaar doordat het 'slechts' 23 graden was (het was winter), was het goed te doen. Ik moet er eerlijk gezegd nietaan denken omdeze wandeling in de zomer tedoen, wanneer het boven de 40 graden kan zijn. Van onze groep wilde niemand de rots beklimmen, zeker na het bezoekje aan het aboriginal cultureelcentrum (wat een stukje van Uluruvandaan is). Hierinvindt je info over de manier waarop de aboriginals vroeger overleefden in deze zwareomstandigheden, en wat de betekenis van Uluru is voor hun. Het is zeg maar hun heiligeplaats en ze willen liever niet dat mensenUluru beklimmen. Het is zeg maar hetzelfde van het beklimmen van een kerk. Helaas waren er constant mensenop Uluru te vinden.De rots voelt alsschuurpapier. Er is een reling op gezet in 1950, maar deze is sindsdien nooit onderhouden en daarnaast is de rots erg steil. De klim is daardoor erg zwaar en ieder jaar worden er mensen per helikopter van de rots gehaald. Een paar weken voordat ik er was, was een man erin geslaagd zijn been te breken bovenop de rots. Gevolg was een duizenden dollars kostendhelikopterritje, wat zijn verzekeringvast niet vergoedt.Hierna gingen we de zonsondergang bezichtigen. Als de zon ondergaat, verandert de rots van kleur. Hij gaat van rood naar oranje, door naar paars, bruin en tenslotte houtskool zwart.
Hierna was het door naar ons kamp, waar we sliepen in swags. Een swag is een grote slaapzak gemaakt van canvas, met een dun matrasje erin. Je gaat in je slaapzak liggen, die weer in de swag zit. Lekker warm en je krijgt een werkelijk waar 'stunning'uitzicht op de sterren, die wel 100 keer helderder zijn dan je ergens anders zult zien. Zelfs de melkweg was eenvoudig te herkennen. Doordat het 's nachts afkoelde tot rond het vriespunt was het wel frisjes. Gelukkig was er een kampvuur waar iedereen in zijn/haar swag rondom kon liggen. De volgende ochtend vroeg op om de zonsopgang van Uluru te zien, zodat we de kleursverandering weer konden zien in de omgekeerde volgorde. Doordat de zon van achter Uluru op kwam, zagen we een mooi silhouet van de rots.
Vervolgens gingen we door naar Kata Tjuka, een andere heilige plaats voor de Aboriginals. Dit is een vallei omgeven met enorme rosten, wat een erg mooi uitzicht opleverde. ook hier stond een wandeling op het programma, dit keer slechts 6 km geloof ik. En toen was de tijd alweer aangebroken om de weg naar ons kamp voor deze nacht te vervolgen. Wederom hetzelfde recept; in je swag rondom een kampvuur de sterren bezichtigen onder het genot van een biertje. Wat het nog educatief maakte, wat de 'stargazer' app die een Schot op zijn Iphone had. Deze werkt als volgt; je richt je Iphone op de sterren en deze verteld je welke sterren je ziet, de sterrenbeelden en welke satellieten er precies rondvliegen. Dit is natuurlijk onmisbaar in deze moderne tijd.
De volgende ochtend was het wederom veel te vroeg dag. Snel een ontbijtje naar binnen werken en door naar Kings Canyon om de zonsopkomst te zien.Wat, zoals de naam verraadt, een Canyon is (ik kan zo 1,2,3 niet op het NL woord komen). In tegen stelling totde Grand Canyon, is dit daadwerkelijk een echtecanyon. DeGrand canyon is ontstaan door een rivierstroom diedoor erosie de Canyon heeft doen onstaan. Maarals dit het geval is, wordt dit een gorge genoemd. Een Canyononstaat door het verschuiven van de tektonische platen. Maarja, Grand Gorgeklinkt natuurlijklang niet zo goed alsGrand Canyon...
In de Kings Canyon vindt je een oase. Het(luttele) regenwater dat er valt, wordt opgevangen doordat de aardlaag waterdicht is. In een woestijn is dit natuurlijk goud waard en dit zorgt voor een behoorlijk uniek gezicht. Deze oaseheet The Garden of Eden, en hier kon in worden gezwommen. Onze gids vertelde ons echter dat het vrij koud is en dat het sinds februari niet geregend had (deze trip nam plaats in augustus). Vandaar dat ikmaarop het droge bleef. Helaas was het hierna tijd om onze weg terug naar Alice Springs te vervolgen. Tussendoor nog gestopt bij een kamelenasiel waar we een ritje op een kameel mochten maken (waarze, in mijn opinie,voor een man een extra kussenaan de standaarduitrusting moeten toevoegen om zo je recht op kinderbijslag niet te verliezen).
Na Alice Springs besloot ik weer naar Cairns te gaan omdat ik nog wat duikjes wilde doen en ik wat vriendenin Cairns ging ontmoeten die ik had overgehouden aan de 3,5 maanden farmwork. Maar meer hierover in het volgende reisverslag, die spoedig zal volgen aangezien ik Oz op 12 september verlaat en mijn trip afsluit met2 maanden Thailand, singapore en wellicht cambodja.
Cheers!
Working!
Laat ik dit reisverslag maar beginnen met een kleine verontschuldiging aan mijn trouwe lezersschare voor het lange wachten op het nieuwste reisverslag.Reden hiervoor is dat ik eigenlijk vrij weinig gedaan heb sinds het laatste reisverslag.
Na Hervey Bay ben ik naar Airlie Beach gegaan, waar ik een 2 daagse boottrip heb gedaan. Deze bestonduit 2 dagen met 2 overnachtingen op de boot. Het was erg tof en gezellig. Klein minpuntje was het weer, wat nogal tegen zat. Het regende dat het goot en het leek zowaar een klein beetje op Nederland. Vanuit Airlie Beach vertrekken dagelijks boottrips naar The Whitsundays. Dit zijn een aantal zandeilanden die bestaan uit ontzettend puur zand, wat spierwit is door het hoge gehalte 'silicon', wat volgens mij silicium is. Je kunt er zelfs je tanden mee poetsen en er is mij verteld dat dit zand is gebruikt om de Hubble telescoop te slijpen. Tel hierbij azuurblauw water, palmbomen en een boot voor backpackers op en je begrijpt dat de trip een groot succes was. We vertrokken op dag 1 om 15.00 vanuit Airlie Beach naar een baai wat blijkbaar een broedplaats is voor hamerhaaien. Dit was de plaats waar we voor anker gingen voor de nacht. Hier werd er dus niet gezwommen in de zee maar gelukkig was er een Jacuzzi aan boord. De crew aan boord deed hun best om er een feestje van te maken en dit is dan ook aardig gelukt. Op dag 2 was Whitehaven Beach de eerste stop. Na een korte wandeling door de bebossing op het eiland kwamen we uit op Whitehaven Beach. Hier zwommen de lemonsharks en de pijlstaartroggen vrij rond. Gelukkig waren zij banger van ons dan andersom. Na deze stop vertrok de boot naar de volgende baai waar er kon worden gesnorkeld. Maar je kon ook voor een klein bedrag een introductieduik doen, waar ik voor gekozen heb. En het was amazing, echt ontzettend vet en het duikvirus heeft mij wel behoorlijk aangestoken kan ik zeggen. Helemaal nadat een Zweed na de duik zei dat het niet zo bijzonder was doordat de zichtbaarheid nogal laag was. Ik had de tijd van mijn leven gehad, en toen bleek dus dat het nog mooier kan zijn. Die avond was het de partynight van de trip, gevuld met slechte seksueel getinte spelletjes en omkleedpartijen. Om van de vele drank maar niet de spreken. Dus de volgende dag met een bonkend hoofd duik nummero 2 doen, die ook vrij vet was. Blijkt dat de pure zuurstof die je gebruikt voor duiken het ideale medicijn is voor hoofdpijn. Weer iets zeer nuttigs geleerd. Helaas was de trip hierna ten einde en helaas was de regen nog niet gestopt.
En toen wist ik nog niet eens dat ik nog 3 dagen in Airlie Beach vast zou zitten doordat alle wegen overstroomt waren door de hevige regenval. Aangezien er in Airlie Beach niet veel te doen is behalve een tour doen naar de Whitsundays, heb ik 3 dagen lang niks gedaan. En wat doe je als je, je de hele dag verveeld? Precies, je gaat ‘s avonds naar de kroeg om de dag toch maar goed af te sluiten. Ik kan vrij trots zeggen dat dat de 1e keer Macdonalds was sinds een maand of 2,3 ondanks het leven op een backpackersbudget. En ik geloof dat dat mij weer genezen heeft van het MacD-virus voor een paar maanden.
Na een aantal dagen toch een bus gevonden die niet ramvol zat en die ook daadwerkelijk reed richting Townsville, mijn volgende stop. Townsville is een voor Aussie begrippen kleine stad, wat in NL een enorme stad is natuurlijk. In Townsville zelf is niet zo bijzonder veel te beleven maar het nabij gelegen Magnetic Island, wat ook wel Maggie Island wordt genoemd, zorgde voor genoeg vertier. Het Great Barrier Reef ligt rondom het eiland en het eiland zelf heeft een wat Tropische uitstraling. Allerlei papegaaien, palmbomen en wat verlaten bunkers en afweergeschut wat de Japanners moest afstoppen was te vinden op he eiland. Ik verbleef in een hostel wat een wildlife sanctuary heeft, waar je krokodillen, hagedissen, vogels en natuurlijk koala's kunt knuffelen.
Na 2 dagen op Maggie Island was het wel weer genoeg. Het was tijd om mijn zoektocht naar een baan weer op te pakken. En dankzij Roos, die ik op Fraser Island heb ontmoet, ben ik belandt in een plaatsje genaamd Ayr. Roos was hier al een tijdje aan het hokken in een working hostel. Dit is een hostel die contacten heeft met de lokale boeren en zo werk voor je kan vinden. Dus ik belde dit hostel op en vroeg hoe het met de werkgelegenheid gesteld was. Bleek dat dit toentertijd nog op gang moest komen, maar dat dit over een weekje of 2 beter moest worden. Nu is het principe zo dat degene die er het langste zijn, het eerste gekozen worden om de beschikbare banen te vervullen. Omdat ik nog wel geld genoeg had om het nog een tijdje uit te kunnen zingen besloot ik het erop te wagen en naar Ayr te reizen. En in de Bus naar Ayr heb ik een wereldreiziger van de bovenste plank ontmoet. De beste man moest nog 6 landen bezoeken om zijn wereldreis te be-endigen. Hij heeft dan elk land in de wereld bezocht. En dit heeft hem tot nu toe 3 jaar en 3 maanden gekost (toen ik hem ontmoette). Dit doet hij natuurlijk niet alleen van zijn eigen centjes. Nee, hij maakte een documantaire voor Discovery Channel en/of National Geografic genaamd Graham's World. Hij leefde van 100 pond per week, deed aan hardcore couchsurfing en van giften van de mensen die hij tegenkwam. Voor degene die er onbekend mee zijn; couchsurfen is een (internet)fenomeen waar mensen hun bank aanbieden voor mensen die een plekje zoeken om te slapen. Degene de de bank gaan beslapen kan er dan een tegenprestatie voor doen, zoals eten koken of iets dergelijks. Allemaal in het teken van het ontmoeten van nieuwe, interessante mensen.
De eerste 2 weken in Ayr heb ik 2,5 dag gewerkt en zo nog enigszins kiet kunnen spleen. Maar wat toen misschien nog wel belangrijker was, was het maken van nieuwe vrienden. We hadden een toffee groep met Roos, Chris (Duitser), Lloyd (Zuid Afrika), Camille (UK) en Jade (UK). De legendarische dineravonden volgden elkaar in rap tempo op: Spag Bol-, Mexican-, BBQ-night noem het maar op. Verder vulden we de dagen met poolen, zwemmen, volleyballen, in de zon chillen, bier drinken en wat er maar voor handen was. Inmiddels zijn er al een aantal van deze groep vertrokken maar deze worden eigenlijk weer vervangen door de nieuwe aanwas van gezellige mensen. Ook hadden we elke avond een filmavond, waarin de meest epische films de revu hebben gepasseerd. Het blijkt dat ik een van de weinige backpackers ben zonder een laptop, harddrive of smartphone met internet want werkelijk iedereen heeft wel iets van elektronica bij. Dus onze flmcollectie groeit nog elke dag. Hier moet ik wel bij zeggen dat op het moment het gewoon te koud wordt ‘s avonds om een film te kijken (de tv-kamer is buiten) want het koelt af tot zo'n 10-15 graden in de nacht. Wat voor mij persoonlijk gruwelijk koud is.
Intussen ben ik behoorlijk fulltime aan het werk op 2 verschillende farms. Het is voornamelijk aubergines plukken, maar ook komkommers. Dit gaat als volgt: er rijdt een tractor naast het veld met een aanhanger. Er hangt een lopende band over het veld waar wij de aubergines, die wij van de bosjes afknippen met een tang, opgooien. Ze belanden dan in grote plastic bakken die achterop de aanhanger staan. De aubergines worden dan op de boerderij meteen verpakt in dozen en zo aan de supermarkten worden doorverkocht. Dit doe ik nu al zo'n maand en waarschijnlijk nog een maandje meer. Het is backbreaking werk en de pijnstiller speciaal voor rugpijn zijn dan ook erg welkom en worden ook veelvuldig geconsumeerd in het hostel. Dus mijn dagen zien er nu als volgt uit: Werken van 8 tot half 6, eten koken, lunch maken, chillen voor een uurtje of 2 en dan slapen. Dit heb ik zo'n 30 dagen non-stop gedaan voordat ik eindelijk een vrije dag had. En op die vrije dag heb ik een Australische verkoudheid te pakken gekregen, terwijl het hier nog zo'n 20 graden overdag. Misschien ben ik iets te goed geacclimatiseerd aan het warme weer. Gelukkig krijg ik door het werk wel gratis komkommer en aubergine mee. Nou kan ik met komkommer wel overweg, maar aubergine is mij nog vreemd. Dus mocht er nog iemand zijn met een lumineus goed aubergine-gerecht, laat deze dan graag achter in de reacties. Dan help je niet alleen mij geld besparen en mij culinaire kookboek uit te breiden, maar kun je ook je eigen kookkunsten delen met de andere lezers ?. Typisch gevalletje van een win-win situatie dacht ik zo.
En dat is het eigenlijk wel zo'n beetje op het moment. Werken in een klein boerenstadje genaamd Ayr waar er naast werken niet heel veel te beleven is. Dit is mijn tijdelijk thuis weg van thuis, waar het licht uitgaat om 10 uur zodat iedereen die moet werken kan slapen. En het is verdorie nog nodig ook...
O ja voor degene die het nog niet weten, mijn originele plan was om op 1 mei weer terug te gaan naar NL, dat is niet gelukt. Dus nu wordt het wellicht november voordat ik weer voet zet in NL. Ik wil namelijk na Australie graag nog even een deel van ZO-Azie doen omdat ik daar veel geode verhalen over heb gehoord. Dus dat is het plan voor nu althans, maar dat kan altijd nog veranderen ;)
The east-coast
Na zo'n 3 maanden door Australie en NZ te hebben rond gezworven ben ik dan toch echt begonnen aan de oostkust. Deze zou ik na mijn aankomst afgelopen november eigenlijk als eerste gaan doen. Maar plannen veranderen nogal snel als je aan het backpacken bent.
Op 12 februari ben ik in de Greyhound bus gesprongen richting mijn 1e stop: Port Macquarie. De Greyhound bus is een hop-on, hop-off bus waarvoor ik een oostkust pas heb gekocht. Ik kan de gehele oostkust met de Greyhound bus reizen en op- en afspringen waar en wanneer ik wwil, met als voorwaarde dat je dezelfde richting ingaan: omhoog richting Cairns in mijn geval.
Port Macquarie is een klein havenstadje, wat bekend staat als de bodyboarding hoofdstad van Australie. Voor degene die het niet weten; een bodyboard is het kleine plankje waar je niet op staat maar met je bovenlichaam opligt om zo een golfje meer te pikken. Het hostel waar ik verbleef was heel relaxt, inclusief zwembad en een joekel van een tv en heet Ozziepozzie. Geen idee hoe ze bij die naam komen. In Port Macquarie is opzich niet zo heel veel te doen. Vandaar dat ik een fiets gehuurd had van het hostel om zo een tochtje te maken naar de vuurtoren. Langs het strand af ben ik naar de vuurtoren gefietst, met een paar kleine tussenstops. Toen ik bijna bij de vuurtoren was, besloot ik even te stoppen voor een lunchbreak. Terwijl ik zat te eten, kwam er een hagedis voorbij gescharreld die in mijn optiek vrij groot was. Alsof het aan de steroiden had gezeten. Blijkbaar was ik de enige, want de mensen die ook zaten te eten keken er niet eens van op. Nadat ik de vuurtoren had bezichtigd, besloot ik een kijkje te nemen bij het koalaziekenhuis. Hier vangen ze gewonde en zieke koala's op. Het ziekenhuis wordt door louter vrijwilligers gerund, met name gepensioneerden die toch nog wat nuttigs willen doen in hun vrije tijd. Na de nodige ooh's en aah's te hebben gehoord, vond ik het wel welletjes. Er zijn genoeg mensen die direct smelten als ze een koala zien. Ik persoonlijk vind er wat minder aan, ze slapen zo'n 19 uur per dag en de andere uren besteden ze aan eten en rusten. De reden dat ze zoveel slapen zit in hun dieet: ze eten alleen eucalyptus bladeren die weinig voedingsstoffen bevatten. Om hun energieverbruik te beperken moeten ze dus veel slapen. Kortom, nogal saaie beesten als je t mij vraagt.
Na Port Macquarie was het de beurt aan de beroemde toeristenmekka genaamd Byron Bay. En ik moet zeggen, het maakt zijn reputatie voor een groot deel toch waar. Mooie en grote stranden, goeie zee met prima golven voor de surfers en een aantal prettige kroegen dragen bij aan het nachtleven. Daarnaast hangt er een ontzettend relaxte sfeer en zie je overal straatmuzikanten hun ding doen. Niks is te gek en alles kan, is zo'n beetje het motto. De meeste mensen die je ziet overdag zijn aan het bijkomen van de avond van te voren. Toch is er verder qua bezienswaardigheden niet zo heel veel te zien. Wederom een vuurtoren die ik bezocht heb maar behalve dat is er weinig. Dan is er ook nog het dorpje Nimbin, wat het Amsterdam van Australie wordt genoemd. Een kleine hippie gemeenschap die nogal van een pretsigaretje houd en ook koekjes bakt met speciale ingredienten. Het gehucht zelf is maar 1 straat, maar terwijl je daar over straat loopt wordt er van alle kanten spul aangeboden. Wel leuk voor een bezoekje maar niet meer dan dat. Vandaar dat ik er zelf ook niet ben geweest, aangezien alle verhalen hetzelfde waren kan ik er zo ook een prima beeld van schetsen. In Byron ben ik ongeveer een week gebleven. Een week gevuld met stappen, uitkateren, tussendoor nog een paar uurtjes surfen en nog een kroegentocht tussendoor. Allemaal leuk en aardig, maar zeker niet goedkoop. Ik ben genoeg mensen tegengekomen die in eerste instantie een weekje zouden blijven in Byron en uiteindelijk een maand bleven. Dan geef ik mijn geld toch liever aan een aantal andere dingen uit. Dus na Byron Bay was het de beurt aan Surfers Paradise.
Laat de naam je niet misleiden, volgens de Lonely Planet zijn de surfers naar betere oorden vertrokken en is het Paradijs tragisch verdwenen. Denk aan een blauwe zee, een ietwat smal strand met daarnaast een rij wolkenkrabbers. Ook zijn de golven nou niet echt voor de betere surfer, dus als je het mij vraagt moet er toch echt wat aan de naam gedaan worden. Ook in Surfers' zijn er talloze clubs en disco's die allemaal de beste aanbieding hebben en het goedkoopste bier. Het hostel waar ik verbleef was meer een soort holidayapartment block. Iedere dormroom had 8 bedden en een eigen keukentje en badkamer. Ook hier hing een erg relaxte sfeer. Daarnaast was de filmcollectie enorm, wat erg van pas kwam op de 2e dag, toen het bijna de hele dag regende en we spontaan een filmmarathon organiseerde. Ook werd er 's avonds een film gedraait op een groot scherm wat boven het zwembad hing, zodat je tijdens je nachtelijke duik nog een filmpje kon meepikken. In Surfers' was er verder niet veel te zien, ik heb een wandeling door het centrum gemaakt en een oorlogsmonument bezichtigd (die je overigens in bijna elk stadje tegenkomt, net als een botanische tuin).
Vanuit Surfers Paradise ging mijn reis naar Brisbane, de grootste stad aan de oost-kust. Het is kleiner dan Melbourne maar toch nog vrij druk. Het komt op mij over aan een leuke stad om te wonen en te werken maar voor de backpacker is er weinig te doen (lees: weinig gratis leuke dingen te doen). Gelukkig zat ik in een hostel waar een bar in de kelder zat en er dagelijks leuke aanbiedingen waren. Zelf had ik van te voren al een pakket geboekt met 2 overnachtingen in het hostel, een shuttlebus naar The Australia Zoo en 2 ontbijtjes voor een goeie prijs. Zeker toen bleek dat de jongeman achter de receptie de coupons niet helemaal snapte en mij een paar gratis bier en ontbijtjes teveel meegaf. Hier kwam ik zelf pas later achter, anders had ik ze natuurlijk direct terug gegeven (ahum). The Australia Zoo is de dierentuin van de wijlen Steve 'Crocodile hunter' Irwin. En ik moet zeggen, het is een prachtige dierentuin. Mooi aangekleed en veel verschillende dieren. Enig minpuntje was dat ze geen haaien en ander zeeleven hadden. Maar ze zijn dan ook nog volop aan het bouwen. Daarentegen was er wel een krokodillenshow en allerlei andere activiteites gedurende de dag, zoals olifanten voeren. Ook is er een klein museum gewijdt aan Steve. Later die dag nog de bar ingedoken met een Engelsman en daar nog bijna de quiznight gewonnen samen met 2 Aussies. Helaas ging de prijs van 100 dollar aan onze neus voorbij. Daarentegen waren de mixdrankje deze avond 3 dollar, wat de pijn verzachtte.
Na Brisbane weer de Greyhound bus in gesprongen en bij Noosa uitgestapt. Wat een stadje aan het strand is (verrassing!). Noosa ligt aan de rand van een nationaal park en de Noosa river, waar je kanotochten kunt doen en tussendoor in een tentje mag slapen. Dus nadat we in de bar van ons eigen hostel de zoveelste wet t-shirt competitie hebben aanschouwd (voorheen al in Sydney en Byron), was het de buurt aan een 3 daagse, 3 nachten kanotocht/bushcamp. Ja de Aussies zijn nogal bedreven in wet t-shirt competities en de dames die eraan meedoen doen er maar wat graag aan mee, zeker als de hoofdprijs 300 dollar bedraagd. Maar goed, de kanotocht dus. Het bleek gewoon een kamp te zijn waar alles al klaar stond, tentjes al opgezet, keuken, tv, pooltafel en een groot kampvuur. Dit vonden wij natuurlijk erg vervelend. En met wij bedoel ik 2 Denen, een Zwitser, een NLse meid en ik. We hadden elkaar in Noosa ontmoet en hadden allemaal het plan om deze bushcamp/kanotocht te gaan doen. De eerste nacht zouden we in een kruising tussen een bed en een hangmat slapen, om de 2 daaropvolgende nachten in een tentje te gaan slapen. Nou was het bushcampen in de zin dat het in de natuur is. Maar wel op een camping, waar er ook Aussies wonen. Sommigen zelfs het gehele jaar door. Nou bleek iemand van onze 'groep' een van deze Aussies gesproken te hebben, waardoor we uitgenodigd waren om later op de avond daar een drankje te komen doen. Dit konden we natuurlijk niet afslaan en wat volgende waren 2 ontzettend gezellige avonden, gevuld met alcoholische versnaperingen en gezever. Overdag stond er een kanotocht van een paar uur op het programma over de Noosa rivier. Het bleek een rustige rivier te zijn, maar wel een die beinvloed wordt door de getijden. En natuurlijk hadden we de stroming op de heen- en terugweg tegen. Afijn, het was goed weer dus waar zeur ik over. Op de 3e en laatste avond stond er een verrassing op het programma. Een van de Aussies die op de camping woonde had een karoakeset laten bezorgen door zijn zoon. Hij bleek over een vrije goede stem te beschikken en daarnaast is hij een verdienstelijke fotograaf. Hij had zelfs de moeite genomen om een afscheidscadeautje voor ons te maken: ieder van onze groep kreeg een boekje met wat foto's van dieren die hij in de omgeving genomen had (inclusief een 6 meter lange Python) plus wat foto's die ze op de 1e avond genomen hadden. Zelden heb ik me direct zo welkom gevoeld op een plek als hier. Ze zijn maar wat blij met gezelschap en al na 5 minuten beschouwen ze je als een vriend. Al met al een van de hoogtepunt van mijn trip tot nu toe!
Na Noosa ging de trip verder naar Rainbow beach, vanwaar ik mijn Fraser Island 4wd self-drive tag along safari zou gaan doen. Het komt erop neer dat je met een groep in een 4x4 jeep mag crossen over het strand en in binnenwegen die vrij moeilijk begaanbaar kunnen zijn op een aantal stukjes. We waren met 4 auto's, dus ongeveer 32 man plus de gids. Het originele plan was om 2 nachten te kamperen op Fraser Island maar doordat er veel regenval was de dagen van te voren plus een kleine cycloon besloten ze ons onder te brengen in een hostel op het eiland. Aangezien Fraser Island een groot zandeiland is, waren een aantal wegen onbegaanbaar en moest er dus veel geimproviseert worden door onze gids. De gids was een type surfdude/hippie met lange dreadlocks en menig tatoeage.
Overdag dus crossen over het strand en over zandwegen, meertje bezoeken, zwemmen en 's avonds zelf koken en daarna menig drankje degusteren. De goon vloeide rijkelijk. Ik weet niet of ik het begrip 'goon' al heb uigelegd, dus hier nog effe snel. Goon is de backpackersdrank; het is de goedkoopste wijn die je kunt vinden en die verpakt zit in een grote zak met tapje, die weer in een doos zit. Kortom; het kan ervoor zorgen dat je rare dingen doet.
Helaas ging het bij ons de laatste dag mis; de bestuurster kon de auto na een scherpe bocht niet onder controle houden en voordat ik het wist stonden we tegen een boom aan. Gelukkig ging het niet hard dus de personele schade bleef beperkt tot 2 kleine whiplashes bij 2 dames. Door het slechte weer waren de condities verre van ideaal en in de bocht lag nogal veel los zand waardoor de auto moeilijk te controleren was; de auto voor ons vertelde later dat ze dezelfde boom op een haar na gemist hadden. DIt gebeurde in de ochtend, wat ervoor zorgde dat de rest van de dag in het water lag en we moesten wachten op de vervangende auto. Daarnaast moest de politie en de ambulance eraan te pas komen. Voorafgaand aan de trip zeiden ze dat mocht je crashen, dit dikwijls niks uitmaakt qua kosten. Dit bleek dus niet geheel waar te zijn en we moesten dus dokken. De verzekering die in het pakket zat bleek alleen voor een eventuele 3e partij te gelden en dus niet bij een dergelijke botsing tegen een boom. De eigenaar van de auto's (die ook de gidsen betaalt en verbonden is aan het hostel die ook in het pakket zit) wilde ons wijsmaken dat hij zijn auto's niet kan verzekeren omdat deze dus over Fraser Island heen crossen. Afijn, ik zal het gehele verhaal niet gaan typen want dan ben ik morgen nog bezig, al met al heeft de hele groep moeten betalen voor de schade want dit stond in een van de formulieren die iedereen heeft moeten ondertekenen. Toch ben ik er vrij zeker van dat we een oor zijn aangenaaid en dat de eigenaar van de auto's een, in zijn ogen, mooi extratje heeft verdient. De Fraser Island trip was echt waanzinnig vet, jammer dat dit voor een wrange nasmaak heeft gezorgd.
En nu heb ik alweer een week mogen vertoeven bij Graeme en Erna Sharpe, wat vrienden zijn van de familie Ribot die ik van thuis ken. Een ontzettend aardig stel, wat half NL en half Aussie is, met een schitterend huis in Hervey Bay. De afgelopen dagen heb ik meegeholpen met karweitjes in en rondom het huis en regelmatig een potje pool gespeeld met Graeme, de man des huizes. Op het moment ben ik op zoek naar een baan in het fruitplukken, maar het seizoen is nog niet overal begonnen. Daarnaast trekt er nu een flink regenfront over de oostkust waardoor het werk in deze sector stil ligt. Gister ben ik met Graeme naar het nabijgelegen plaatsje Childers gegaan om daar rond te vragen of er werk is. Niks op het moment, helaas. Ook hebben we een monument bezocht, wat is opgezet ter nagedachtenis aan de slachtoffers van een grote brand in een hostel in 2000. Bij deze brand, die opzettelijk was aangestoken, zijn 15 backpackers om het leven gekomen. Dit was indrukwekkend om te zien. De afgelopen dagen ben ik ook ingeleerd in de Australische National Rugby League. en ik moet zeggen dat het een erg fijne sport is om naar te kijken, het is snel, geen gezeur over overtredingen en beslissingen van scheidsrechters (mede doordat ze hier wel herhalingen mogen zien en op basis daarvan oordelen) en de sfeer is lekker. Ik moet zeggen dat het ontzettend fijn was om een weekje uit het echte backpackersleven weg te kunnen zijn. Helemaal als je iedere avond een ontzettend lekker diner mag verorberen met een glaasje wijn of een biertje. Waarvoor dank aan Erna en Graeme.
Morgen pak ik de bus naar Airlie Beach, een rit die zo'n 12 uur duurt. Gelukkig begint hij om 9 uur 's avonds en kan ik in de bus slapen en zo ook een nachtje accommodatie besparen. Ben ik even blij dat ik een van de personen ben die wel in een bus/vliegtuig/trein kan slapen. In Airlie Beach ga ik een 2 nachten/2 daagse zeiltocht doen op wat blijkbaar een partyboat is, tussen de Whitsundays eiland door. Ook dit zijn zandeilanden en als je op Whitsundays googled krijg je verschillende schitterende foto's te zien. Je kunt dus zeggen dat ik er ontzettend veel zin in heb. Hierna ga ik mijn geluk wat noordelijker beproeven en daar proberen een job te vinden.
Voor nu is er weinig meer te vermelden en ik heb wel weer even genoeg getypt dacht ik zo.
Cheerio!
New-Zealand part II
Hier issie dan, het laatste reisverslag voorlopig...van nieuw-zeeland dan. Of ik moet ergens in de nabije toekomst een pot vol goud vinden om nog een keer terug te gaan, want schitterend was het. En dan heb ik bij lange na nog niet alles gezien. Het was wel een sneltrein af en toe omdat ik veel gezien heb in korte tijd. Het liijkt al zo lang geleden, terwijl ik afgelopen maandag pas in Aussie terug ben gekomen.
In het vorige verslagwas ik ge-eindigd bij de Franz Josef gletsjer. Ik verbleef in het gelijknamige gat, want een gat is het, wat alleen bestaansrecht heeft door de gletsjer en de daarbij horende hordes toeristen die de cashflow lekker op gang houden. Toch was best gezellig in de kroeg, niet in de laatste plaats door een kickass band genaamd Soul Manor die, voor zover ik verstand heb van muziek, een ontzettend goede live sessie voortbrachten. De gletsjer was mooi om te zien. Helaas voor de gletsjer denk ik als ik aan Franz Josef denk, als eerste aan de skydive die ik daar gedaan heb. Dat is tot nu toe toch wel een van de hoogtepunten van mijn reis. Van 18,000 voet naar beneden springen met aan de ene kant de Abel Tasman zee en aan de andere kant de Franz Josef en de Fox Gletsjers.
Na Franz Josef was het de beurt aan Queenstown, wat de partystad van NZ is. Niet alleen is Queenstown beroemd om haar kroegen, ook het meer en de omringende bergen zorgen voor een mooi uitzicht. En daarna komt waarschijnlijk de Fergburger, een hamburger tent waar ze voor 12 dollar en hoger hamburgers serveren die je maag wel een tijdje zoethouden.
De 2e dag ben ik samen met Gijs, die ik in het hostel heb ontmoet, de Ben Lomont berg omhoog gelopen. Zo'n 1700 meter die achteraf gezien mij niet de koude kleren gingen zitten. Ik geloof dat ik 3 dagen erna nog spierpijn had. Maar het uitzicht vanaf de top was dan ook top, echt een toptop.
Ook heb ik een trip gedaan naar de Milford Sounds wat de hoogste bergen zijn in NZ (of de wereld) die recht vanuit de zee omhoog steken. Deze trip heb ik met de BBQbus gedaan, dus je kunt wel raden wat voor lunch we hadden. Bij de trip hoorde ook een bootcruise langs/tussen de Milford Sounds waar we ook nog wat zeehonden hadden gespot. Daarnaast kreeg ik een live demonstratie van de fotografische kwaliteiten van de Aziatische toerist. Je zult de foto waar ik op doel er vast wel tussenuit kunnen lichten. Het schijnt zo te zijn dat hoe meer foto's ze thuis kunnen laten zien, hoe meer aanzien ze krijgen. Heb ik me laten vertellen. Je zult dan ook geen Aziaat zien met een klein digitaal cameratje. Nee, ze hebben allemaal een soort telescoop achtige camera bij en ze maken werkelijk waar o-ve-ral een foto van; een blad op een put, een eend in de vijver of een wolk die eruit ziet als een kom noodelsoep met bladselderij en stekelbaars, geen foto-mogelijkheid gaat voorbij. En omdat het rond deze tijd Chinees Nieuwjaar was, bleek de toeristen stroom vanuit Azie nogal toegenomen te zijn.
Na Queenstown was het de buurt aan Dunedin, de studentenstad van het Zuidereiland. Maar niet zonder tussendoor het nationale park The Catlins gezien te hebben, in het zuiden van het Zuidereiland. Ruige kust, veel wind, een zee die een oceaan ontmoet en allerlei wilde dieren. Dat is zo'n beetje het beeld, plus weilanden vol schapen voor zover het oog reikt.
In Dunedin heb ik een paar dagen doorgebracht omdat het dichtbij Christchurch is, vanwaar ik terug naar Oz zou vliegen. Helaas is Christchurch een soort van spookstad geworden door de schade door de aardbevingen en de naschokken die nu nog steeds voorkomen. Ze hebben zelfs iedere dag nog aardbevingen, maar deze zijn niet of nauwelijks voelbaar. Dunedin is een best leuke stad, waar nog best wel wat te doen is. Hier heb ik pinguins gespot, zeehonden, zeeleeuwen en albatrossen. Ook de botanische tuin was de moeite waard, doordat ze daar pratende papegaaien hadden. Ik wist het niet toen ik er aankwam, totdat ik begroet werd met 'Hello' en ' would you like a cup of tea'. Minpuntje was dat mijn vest gejat was, wat weer werd opgelost doordat een Ier die op dezelfde kamer sliep, zijn trui niet meer nodig had. Dus het resterende deel van NZ liep ik rond in een trui waar met koeieletters IRELAND op staat, want het was best koud. Hierdoor dachten mensen dat ik uit Ireland kwam als ik Holland zei. Deze kan ik weer aan mijn lijst toevoegen, want ik ben al aangezien voor een Spanjaard, Duitser (snap ik ook niet), of een andere Zuid-Amerikaan.En alsklap op de vuurpijl vonden2 mensen mij op Steve-O lijken. Verder nog de steilste straat ter wereld op gelopen en een toer gedaan door de Speights bierbrouwerij. Ik moet zeggen dat ze daar toch wel weten hoe ze een lekker biertje kunnen brouwen. Helaas was het proeven maar 20 minuten, dus het bleef bij snel proeven en de volgende testen.
Na Dunedin dus door naar Christchurch, wat zelfs na de aardbevingen een mooie stad is. Helaas is er een stuk minder te doen, dus bleef het bij het bezoeken van het museum (want gratis) en de botanische tuinen. Ik geloof dat ik in NZ meer musea gezien heb dan in NL, niet in de laatste plaats doordat de meeste musea als toegangsprijs een donatie vragen. Helaas voor hun kom ik uit het gierige NL dus mijn donaties zullen geen potten breken. Wat meer indruk maakte, was het ontmoeten van een Brabo in het hostel die mij eraan herrinerde dat ik Carnaval mis dit jaar. Wat leidde tot een avond verdriet verdrinken en het initiatief om het volgend jaar dan maar dubbel te doen, omdat het kan.
Doordat Chch half uitgestorven is omdat veel mensen verhuist zijn, besloot ik naar Akaroa te gaan voor wat dolfijn spotten. Dit was ook zeer de moeite waard en een echte aanrader. De dolfijnen die we te zien kregenwaren de Hector's dolfijnen. Deze behoren tot dezelfde orde als de Chinesereuzepanda, de Bengaalse tijger en de zilverrug (of Silverback in Engels)gorilla en worden met uitsterven bedreigt. Ze zijn alleen in de wateren rondom NZ te zien.Ik verbleef in een hostel bovenop een berg, wat ze elektriciteit kregen van een generator die niet de hele dag aanstaat. Geen bereik voor je mobieltje, in plaats daarvan een ouderwetse knusse houtkachel. Blijkbaar hebben de Fransen zich als eerste gesettled in Akaroa, want de Franse (straat)namen vliegen je om de oren. Daar houdt het dan ook qua Franse invloeden bij op.
Ondertussen ben ik dus alweer aanbeland in Sydney (geen trui meer nodig, yeah!), waar de gratis bier coupons rijkelijk vloeien en je 3,50 dollar betaald voor een Corona. Wat dus goedkoper is dan in NL :). Zondag begin ik aan mijn oostkust trip, te beginnen bij Port Macquarie waar ik erg naar uitkijk. Ik zal maar niet beginnen over goudgele stranden, blauwe zee en veel zon want ik zag dat de Elfstedentour dan toch echt werkelijkheid begint te worden en dat het in Tsjechie zelfs minus 40 is. Aangezien ik voor geen meter kan schaatsen, geloof ik dat ik me hier wel kan vermaken.
Mede door de nasleep van gisteravond vind ik het voor nu wel effe genoeg.
Groeten en cheers!